Stijn

Lakerveld

Trainee junior projectleider

(Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard)

  • Wat is jouw rol en bij welke organisatie ben jij werkzaam? 

Ik ben junior projectleider bij het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard (HHSK, Rotterdam). Het doel is om in 2 jaar kennis te maken en ervaring te krijgen in alle integraal projectmanagement (IPM) rollen.  

  • Hoe zou jij je verantwoordelijkheden omschrijven aan iemand die niet in het vak zit? 

Alle besluiten die uit het beleid komen en gereed zijn om echt uitgevoerd te worden, worden uitgezet als project binnen het waterschap. Een voorbeeld van zo’n project is kan bijvoorbeeld iets kleins zijn zoals een verandering in het watersysteem: het verbreden/ dempen van een sloot, maar kan ook een volledige dijkversterking omvatten. Voordat een aannemer dit kan gaan bouwen moet je dit project eerst ontwerpen, de risico’s in kaart brengen, omgeving informeren, grond kopen, financiën rond krijgen, contracten opstellen, etc… Als het dan eenmaal in uitvoering is en door een aannemer wordt gebouwd moet je controleren of het wel voldoet aan de ontwerp en uitvoeringseisen en is het zaak de kosten in de gaten houden. Ik ben een onderdeel van een team dat dit doet of zorgt dat het gedaan wordt.  

Of heel kort: ik doe eigenlijk commissiewerk maar dan voor een bouwproject.  

  • Hoe ziet een gemiddelde werkdag er bij jou uit? 

Mijn werkdag is elke dag anders, en dat is echt geen overstatement. Als een project in uitvoering is ben ik gemiddeld een keer per week op de bouwlocatie. Hierbij ben ik dan in gesprek met de uitvoerder of zelfs de echte ‘jongens van de bouw’. Bij de voorbereiding ben je op kantoor of bij stakeholders bezig met het voorbereidende werk. Dat houdt in dat je veel mails stuurt en vergadert met alle betrokken partijen daarmee besluiten neemt en die bijhoudt. Daarnaast komt er altijd wel iets ‘tussendoor’, omdat ik verschillende projecten tegelijkertijd doe. Het lijkt vrij veel op de werkverdeling van een adviseur, maar dan iets breder qua inhoud van de werkzaamheden.  

  • Wat spreekt je aan in je werk? 

Ik vind de diversiteit van de werkzaamheden erg leuk. Heel veel verschillende aspecten van het werken in/met/rond water en bodem komen samen. Je bent ook echt bezig om iets te realiseren, elke week zie je de voortgang van je werk. Je ziet ook veel verschillende mensen. Soms zit je aan tafel met wetenschappers, boeren, en een monteur van een kapotte graafmachine. 

  • Waarom heb je voor het Traineeship gekozen? 

Ik wou graag veel te leren komen over de hele watersector. Ik merkte dat ik dat ik tijdens mijn studie (civiele techniek – waterbouwkunde) daar eigenlijk vrij weinig aandacht aan heb besteed. Ik had maar twee echte visies op de sector, als wetenschapper of constructeur. Door de projecten op de vrijdag kom je overal en bekijk je de watersector van totaal verschillende kanten. Wat ik nu ook erg leuk vind is dat je ook veel over jezelf te weten komt. Dat is enorm handig want dan kun je dat ook gebruiken in de communicatie met anderen. 

  • Hoe bevalt het combineren van je werk met het traineeprogramma op de vrijdagen? 

Dat gaat in principe goed. Doordat je totaal iets anders doet op de vrijdag dan in de rest van de week voelt het niet als veel extra werk. Het is soms is het wel onhandig omdat je soms op de vrijdag geen overleg van je werk kan bijwonen, en wat krapper zit met je vakantieplanning. 

  • Waarom zou je het Traineeship wel/ niet aanraden aan anderen? 

Het is van belang dat je open durft te staan voor veel nieuwe ervaringen en echt mee wilt doen aan trainingen en projecten. Veel van de trainingen gaan over je ‘soft-skills’. Het is ook erg fijn om af en toe te kunnen sparren met mensen die wel binnen de sector werken, maar waar je in principe niet elke dag mee werkt. Men weet wel wat je doet, maar het maakt wat minder uit of je het ook goed doet, dat zorgt voor een relaxte sfeer. 

  • Wat heb je op jouw werkplek tot nu toe geleerd? 

Miscommunicaties en onduidelijkheden kunnen zich vaak opstapelen en leiden tot best grote problemen. Door dingen goed op te schrijven en top-down te communiceren en ook weer te confirmeren of de ander het ook zo begrijpt als jij bedoelt kun je veel problemen voorkomen. Qua praktische dingen heb ik vooral veel praktische dingen geleerd over de bouw en uitvoering. Eigenlijk de uitwerking van hoe allerlei dingen tijdens mijn studie ook echt in de praktijk werken. 

  • Wat heb je tijdens het traineeprogramma tot nu toe geleerd? 

Hoe mijn sterke punten ook zwaktes kunnen hebben en vice versa (Ieder nadeel heeft zijn voordeel). Maar ook het fenomeen van een check-in. Dan vraag je hoe mensen zich voelen en erbij zitten in principe in een paar zinnen. Ik kan op die manier je beter mijn boodschap kwijt en kan de ander zich ook beter aanpassen aan jou. Binnenkort gaan we nog veel meer doen zoals hoe je moet omgaan met slecht-nieuws gesprekken etc. 

  • Hoe ben jij bij je huidige werk terecht gekomen?  

Ik heb via het traineeship een aantal sollicitaties gedaan. Ik heb ook met Jan Put veel gebeld en heb veel gesprekken gevoerd met mensen met een hele diversiteit aan functies. Al gauw was ik er voor mijzelf uit dat ik graag voor projecten wou werken en vond ik het erg gezellig bij HHSK.   

  • Waar zie jij jezelf over 5/10 jaar en in hoeverre draagt het traineeprogramma daaraan bij? 

Ik zou graag aan een echt groot impactvol project willen meewerken. Denk aan een grote dijkversterking of complex Nature based Solutions project. Dat kan als projectleider zijn, maar dat mag ook een adviseur zijn. Bij het traineeprogramma wil ik leren waar ik echt goed in ben bij een project en hoe en wanneer ik welke vaardigheden kan inzetten. Daarbij heb ik het doel goede connecties te maken om ook daadwerkelijk de kans te krijgen mee te werken aan een groot project. En op ten duur na een aantal jaren lijkt het me leuk om jonge mensen te begeleiden tijdens hun afstuderen of op de werkvloer. 

  • Heb je nog tips voor toekomstige trainees bij hun oriëntatiefase? 

Ga met vrienden en studiegenoten in gesprek of zij mensen kennen die iets doen wat jij misschien leuk vindt of bij een bedrijf wat jou misschien interesseert. Idealiter is dat verspreid over het land, zodat je ook regionale verschillen kunt zien. Misschien kent je oom of tante ook nog wel een heel interessant persoon. Eigenlijk heeft iedereen altijd wel tijd en zin om uit te leggen waar die mee bezig is.